PostHeaderIcon Rasinformatie

De Berner Sennenhond komt van oorsprong uit Zwitserland. De geschiedenis loopt terug tot begin 1900 rondom Bern. In Zwitserland was de Berner Sennen met name een boerenhond. In Nederland is hij meer een gezelschapshond. Sinds 1977 behoort de Berner Sennen in Nederland tot de dogachtigen.
Het is een meer dan middelgrote, krachtige, beweeglijke gebruikshond, harmonisch en fraai gelijkmatig gebouwd, met stevige, rechte ledematen.

Een kennelhond is de Berner beslist niet. Hij moet mee kunnen leven met alles wat er in en rondom gezin en huis gebeurt. Een Berner Sennen is ook geen jachthond. Wel is hij geschikt, mits goed gesocialiseerd, om met kinderen in huis te leven. 
De Berner Sennen is zeker, opmerkzaam, waakzaam en onbevreesd in alledaagse situaties, goedmoedig en aanhankelijk in de omgang met vertrouwde personen, zelfverzekerd en vriendelijk tegenover vreemden. Hij heeft een gemiddeld temperament en is volgzaam.
Het hoofd is krachtig, met vlakke schedel en weinig ontwikkelde voorhoofdsgroef, goed geprononceerde, niet te sterke stop. Krachtige rechte voorsnuit, oren middelgroot, hoog aangezet, driehoekig, in rust vlak aanliggend, ogen donkerbruin, amandelvormig, aansluitende oogleden, lippen niet overontwikkeld en heeft een volledig schaargebit.
De hals is krachtig, gespierd en middellang. Het lichaam is eerder gedrongen dan lang. De verhouding tussen schofthoogte en lichaamslengte is ca. 9:10. Tot minstens op ellebooghoogte reikende brede borst met duidelijke voorborst, krachtige lendenen, ribbenkast van rond-ovale doorsnee. Rug vast en licht afgeronde, korte coupe.
De schouderbladen zijn lang, krachtig en schuingeplaatst, met de bovenarm een stompe hoek vormend, vlak aanliggend en goed bespierd. Stand van alle kanten bezien, recht. Polsen nauwelijks doorzakkend. Evenwijdige stand.
De achterbenen zijn breed, krachtig en goed bespierd. Dijbeen tamelijk lang en van opzij bezien schuin ten opzichte van het onderbeen staand. Spronggewricht goed gehoekt, breed en krachtig. Stand recht, noch naar binnen noch naar buiten uitdraaiend. Wolfsklauwen (Hubertusklauwen) worden in de eerste levensdagen verwijderd.
De voeten zijn kort, rond en gesloten.
De staart is zwaar behaard, tot op het spronggewricht reikend, echter niet tot op de grond, licht zwevend gedragen.
De beweging is stuwend gangwerk vóór en een goede aansluiting van de achterbenen, ruime gelijkmatige bewegingsontwikkeling in alle gangen.
De vacht is lang, glad of licht gegolfd.
De Berner Sennen heeft een diepzwarte grondkleur met donkere, bruin-rode brand aan de wangen, boven de ogen, aan alle vier de benen en aan de borst. Witte, lichte tot middelgrote symmetrische aftekening aan het hoofd (bles) en witte borstaftekening (kruis). Zeer graag gezien, maar geen voorwaarde: witte voeten, ten hoogste tot aan de polsen reikend en witte staartpunt. Een kleine witte nekvlek en een witte achtervlek zijn ongewenst; worden echter wel getolereerd.
De reu is 64-70 cm. groot met een ideale schofthoogte van 66-68 cm.
De teef is 58-66 cm. groot met een ideale schofthoogte van 60-63 cm.

Spleetneus, blauwe ogen, boven- en onderbijters, angst, witte benen, witte halsring, HD in de 2e, 3e en 4e graad zijn fouten die voor de fok uitsluiten. 

Geen hond voedt zichzelf op; dus ook de Berner Sennen niet. Want al is een Berner zeker geen moeilijke leerling; een normale opvoeding en gehoorzaamheid moeten hem toch van jongsaf worden bijgebracht.

Het is wel kenmerkend, dat vrijwel iedereen die eenmaal een Berner gehad heeft, er wéér één wilt als de hond is overleden.

 

  

dsc02383

Laatst aangepast (woensdag, 04 augustus 2010 08:51)

 
Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief.